Abdijhof

AbdijhofBij de naamgeving van een aantal straten en wegen in het nieuwe gedeelte van Abdissenbos stellen burgemeester en wethouders in 1955 voor om rekening te houden met de eeuwenoude band tussen de gemeente Ubach over Worms en de abdij van Thorn.
Men ziet af van het gebruik van de namen van de meest bekende abdissen (zoals Hildegard van Wassenberg, Guda van Rennenberg, Elsa van Buren, Margaretha van Brederode, Salome van Manderscheid) in verband met de te lengte van de namen en kiest voor algemene, maar historisch verantwoorde en karakteristieke benamingen (o.m. Abdijhof, Thornse straat, Kapittelstraat, Abdissenlaan). De raad van Ubach over Worms neemt op 25 november 1955 het besluit om de open ruimte bij het noordelijke eind van de Abdissenlaan de naam Abdijhof te geven.


De abdij van Thorn

In 962 werd de abdij van Thorn gesticht door graaf Ansfried van Teisterbant. In 1007 werd Thorn door de Rooms-Koning Hendrik II van Duitsland tot een afzonderlijk vorstendom verheven met de abdij als middelpunt. Benedicta was de eerste abdis.

Het Ubachse gebied moet voor 1172 bij de abdij van Thorn zijn gekomen en was een zogenaamde grondheerlijkheid ( d.w.z. bestuurd door eigen wetten en reglementen). De abdis was de grondvrouwe en bezat veel goederen, cijnzen, rechten, grote en kleine tienden (kerkelijke belastingen). De schout en schepenen werden door haar benoemd en legden in handen van de abdis een eed van trouw af tot aan de dood. Ze onderhield de kerk in Ubach en benoemde er de pastoor.

'Wereldlijk stift'

Thorn was een wereldlijk stift ( een kloostergemeenschap met minder strenge regels) en hield er ook vrij wereldse leefregels op na. Zo mocht men zo veel vlees en andere lekkere spijzen eten als men wilde. De stiftdames mochten dienstpersoneel hebben en zelfs eenmaal per jaar zes weken op vakantie gaan. Ook trouwen was niet verboden, want ze waren niet aan een gelofte gebonden.
De abdis legde wel de gelofte van ongehuwde staat af en moest behoren tot een van de aanzienlijkste families van het Duitse Rijk. De stiftdames moesten kunnen bewijzen dat ze tot in de vijfde generatie tot de hoge Duitse adel behoorden, alvorens ze werden aangenomen. Ze woonden in eigen huizen rondom de abdijkerk, waar ze meestal overdag verbleven en droegen wereldse kledij (in de kerk was een speciaal gewaad vereist). ’s Nachts was het verplicht om in de gemeenschappelijke slaapzaal te zijn.

De abdis voerde de titel 'Prinses van het Heilige Roomse Rijk' en was lid van de Duitse Rijksdag. Onder de abdis stond de dekanes, die haar verving bij afwezigheid en de inwonenden strafte bij kleine vergrijpen.
In 1436 krijgt de schepenbank van Ubach van de abdis een eigen zegelstempel om belangrijke documenten te waarmerken.

Verbod op kaarten en dobbelen

De abdis was goed op de hoogte van het dagelijks leven in Ubach en omstreken. Zo was ze in 1724 bijvoorbeeld boos over bepaalde wantoestanden en beklaagde zich over het feit dat haar onderdanen veel geld verspeelden met dobbelen en kaarten, zon- en feestdagen onteerden door drankmisbruik, zwelgpartijen, vloeken en dergelijke
Er werden meteen maatregelen genomen. Ze schreef voor dat 'gheen weerdt ofte herbergier eenigh bier ofte brandewijn sal tappen of schencken, soo voor als naermiddagh, geduyrende den godtsdienste'. Het 'dobbelen ende kartenspeel bestaende in hasard ende avonture'  wordt geheel verboden, 'niet alleen op Son- ende heylige dagen, maar oyck op die werck daegen', omdat ze vernomen had dat haar onderdanen er geld en goed mee hebben verloren: 'hun gelt ende substantie ende in plaets van een stuck broots tot onderhoudt van derselver vrouwen en kinderen te gewinnen, deselve in hongersnoodt ende miserie laeten sitten ende crepieren'.

In 1794 kwam er een einde aan de Thornse heerschappij toen de Fransen het land van ’s-Hertogenrade in hun macht kregen.

Terug naar

Direct naar:

Meldingene over de woonomgeving

Algemene vragen of suggesties? 
Gezochte informatie niet gevonden?
Laat het ons weten via gemeente@landgraaf.nl.

 


 

Lees onze berichtjes op

 

 Twitter