Op 1 juli 2008 is Hoofdstuk 4 "Grond en Baggerspecie" van het Besluit bodemkwaliteit van kracht geworden. Dit hoofdstuk behelst de toepassingskaders voor grond en baggerspecie op landbodem.
Het college heeft er voor gekozen om voor die situaties waarin overgangsrecht niet van toepassing is, het zogenaamde generieke toepassingskader te gaan hanteren. Een en ander houdt in dat, in afwachting uitwerking van nieuw lokaal en/of regionaal beleid, vooralsnog landelijk geldende uitgangspunten van toepassing zijn voor de toepassing van grond en baggerspecie.
Het college heeft dan ook, mede gelet op artikel 55 lid 1 van dit Besluit, een kaart met bodemfunctieklassen vastgesteld. Deze "kaart" wordt gepresenteerd in de vorm van een vertaaltabel die de bestemmingen op de bestemmingsplankaart koppelt aan bodemfunctieklassen uit het Besluit bodemkwaliteit. Op deze manier wordt de kwaliteitseis voor hergebruik van grond en baggerspecie op een perceel vastgelegd.
Het college heeft de "functiekaart" vastgesteld in de vergadering van 4 augustus 2009. Dit besluit staat volgens de Algemene wet bestuursrecht tot 6 weken daags na publicatie open voor bezwaar en beroep.
Verdere inlichtingen kunt verkrijgen bij de afdeling Toezicht en Handhaving, de heer J. Godding.