| Overheidsorganisatie | Gemeente Landgraaf |
|---|---|
| Officiële naam regeling | Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Landgraaf |
| Citeertitel | Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Landgraaf |
| Vastgesteld door | college van burgemeester en wethouders |
| Onderwerp | personeel en organisatie |
Geen
| Datum inwerkingtreding | Terugwerkende kracht t/m | Betreft | Datum ondertekening, Bron bekendmaking | Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|
| 14-03-2012 | 02-01-2009 | regeling inconveniënten | 07-02-2012 Landgraaf Aktueel, 7 maart 2012 | Onbekend |
| 30-06-2011 | n.v.t. | nieuwe regeling | 14-06-2011 Landgraaf Aktueel, 29 juni 2011 | Onbekend |
Burgemeester en Wethouders van Landgraaf;
Gelet op het feit dat:
per 1 januari 2011 alle bestuursorganen verplicht zijn hun algemeen verbindende voorschriften (AVV’s) in geconsolideerde vorm (= integrale tekst) in de centrale voorziening decentrale registratie (CVDR) te plaatsen.
Onder AVV’s alle (raads)verordeningen en de personele regelingen vallen.
Gezien de verkregen instemming van de ondernemingsraad d.d. 25 mei 2011 en van de commissie voor georganiseerd overleg d.d. 6 juni 2011;
besluiten:
Voor de toepassing van deze regeling en de uitwerkingsovereenkomst wordt verstaan onder:
ambtenaar: hij die door of vanwege de gemeente is aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn alsmede hij met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is aangegaan;
betrekking: het geheel van werkzaamheden dat door de ambtenaar is te verrichten;
pensioenwet: de Algemene burgerlijke pensioenwet, zoals die gold tot en met 31 december 1995;
pensioen: een pensioen in de zin van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;
arbeidsduur: de vooraf vastgestelde omvang van het aantal uren in een bepaalde periode gedurende welke door de ambtenaar arbeid moet worden verricht;
arbeidsduur per dag: de arbeidsduur zoals die voor de ambtenaar voor een bepaalde dag is vastgesteld;
formele arbeidsduur per week: de arbeidsduur volgens de aanstelling;
feitelijke arbeidsduur per week: de arbeidsduur zoals die voor de ambtenaar voor een bepaalde week is vastgesteld;
seniorenarbeidsduur: de voor een ambtenaar, die in aanmerking komt voor het bepaalde in hoofdstuk 5 geldende arbeidsduur per week, die gelijk is aan de arbeidsduur volgens de aanstelling;
arbeidsduur per jaar: de naar jaarbasis herleide formele arbeidsduur per week, gecorrigeerd voor feestdagen;
volledige betrekking: een betrekking waarbij de arbeidsduur per jaar ten hoogste 1836 uur bedraagt en de formele arbeidsduur per week 36 uur bedraagt;
overwerk: werkzaamheden door de ambtenaar in dienstopdracht verricht buiten de feitelijke arbeidsduur per week;
werkdag: een dag waarop de ambtenaar arbeid moet verrichten;
werktijd: de periode tussen vastgestelde tijdstippen gedurende welke door de ambtenaar arbeid moet worden verricht;
uurloon: 1/156 gedeelte van het -zo nodig naar een volledige betrekking herberekende- salaris van de ambtenaar per maand;
Zvw: de Zorgverzekeringswet;
CAR: Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten;
UWO: Uitwerkingsovereenkomst;
functioneringstoelage: een toelage die aan de ambtenaar wordt toegekend op grond van buitengewone bekwaamheid, geschiktheid en ijver;
waarnemingstoelage: een vergoeding die wordt toegekend aan de ambtenaar die ingevolge hem daartoe door of namens het college verstrekte opdracht volledig een andere betrekking waarneemt, indien voor die betrekking een hogere schaal geldt dan voor de eigen betrekking;
LOGA: Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden;
WAO: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschikt in de zin van artikel 18, eerste lid, van de WAO;
WAO-uitkering: een uitkering op grond van de WAO;
WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
IVA: regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten;
IVA-uitkering: de uitkering bij volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid op grond van de WIA;
WGA: Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten;
WGA-uitkering: de werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten op grond van de WIA;
WAJONG: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening voor jong gehandicapten;
WAZ: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
Waz : Wet arbeid en zorg;
SUWI: de wet Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen;
uitvoeringsinstelling: een uitvoeringsinstelling als bedoeld in artikel 39, derde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;
pensioenreglement: het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;
WPA: de Wet privatisering ABP;
FPU-regeling: regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 2 van de Centrale Vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel;
FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering: het reglement zoals bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Centrale Vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel;
deeltijdbetrekking: een betrekking waarbij de arbeidsduur per jaar minder dan 1836 uur bedraagt en de formele arbeidsduur per week minder dan 36 uur bedraagt;
ZW: de Ziektewet;
ZW-uitkering: ziekengeld of uitkering krachtens de ZW;
UWV: het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, als bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet SUWI.
Tot de openbare dienst van de gemeente behoren alle diensten en bedrijven door de gemeente beheerd.
Tenzij bij of krachtens wet of raadsbesluit anders is of wordt bepaald, geschiedt de aanstelling door het college.
Voor aanstelling kan slechts in aanmerking komen hij van wie - na een daartoe door of vanwege het tot aanstelling bevoegd bestuursorgaan gehouden onderzoek - kan worden aangenomen, dat hij in voldoende mate beschikt over de hoedanigheden tot het verrichten van de hem op te dragen werkzaamheden.
Het college treft maatregelen, waardoor de vertrouwelijkheid van de gegevens, ontvangen op grond van het in het eerste lid bedoelde onderzoek, te allen tijde wordt gegarandeerd.
Voor aanstelling kan als vereiste worden gesteld, dat betrokkene in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag.
De vreemdeling, zoals omschreven in de Vreemdelingenwet 2000 kan slechts voor een aanstelling in aanmerking komen indien hij beschikt over een tewerkstellingsvergunning tenzij hij van deze verplichting is uitgesloten krachtens artikel 3 van de Wet arbeid vreemdelingen.
Met inachtneming van artikel 1:2:1 wordt aan de ambtenaar binnen het kader van een lokaal vast te stellen bezoldigingsregeling een bezoldiging toegekend.
In deze bezoldigingsregeling worden de volgende begrippen gebruikt:
schaal: de in het kader van de bezoldigingsregeling, bedoeld in het eerste lid, voor een betrekking of voor een aantal betrekkingen tezamen ter bepaling van het salaris geldende opklimmende reeks van bedragen, daaronder mede begrepen de bedragen welke gelden ter verhoging van het salaris als gevolg van diensttijduitloop;
salaris: het bedrag van de schaal hetwelk aan de ambtenaar is toegekend of, indien voor de betrekking een vast bedrag geldt, dit bedrag;
bezoldiging: het salaris, vermeerderd met het bedrag van de aan de ambtenaar toegekende emolumenten en toelagen - niet zijnde onkostenvergoedingen - als omschreven in de in het eerste lid bedoelde regeling, alsmede het bedrag van de functioneringstoelage en de waarnemingstoelage.
Van de bezoldigingsregeling, bedoeld in het eerste lid, maken deel uit bijlage II en IIa van de CAR.
Bijlage II omvat de indeling van de schalen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en is van toepassing op die ambtenaar die ook op 31 maart 1996 reeds een salaris genoot op grond van deze bijlage, tenzij op grond van het gestelde onder b, tweede gedachtestrepen, bijlage IIa op hem van toepassing is.
Bijlage IIa omvat de indeling en de opbouw van de schalen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en is van toepassing op:
de ambtenaar die op of na 1 april 1996 een betrekking aanvaardt in de zin van de CAR, zonder direct daaraan voorafgaand een betrekking in de zin van de CAR te hebben vervuld en
de ambtenaar die op of na 1 april 1996 een nieuwe betrekking in de zin van de CAR aanvaardt, direct voorafgegaan door een andere betrekking in de zin van de CAR, waarbij aan die nieuwe betrekking een beter salarisperspectief is verbonden. Hierbij wordt een betrekking mede als nieuw aangemerkt ingeval een bestaande aanstelling of arbeidsovereenkomst wordt gewijzigd, als gevolg van een wijziging in de uit te voeren taken.
Met inachtneming van het bepaalde in het derde lid en het vijfde lid worden in de bezoldigingsregeling nadere regels gesteld inzake de wijze waarop de inschaling plaatsvindt ingevolge bijlage IIa van de ambtenaren ten aanzien van wie het salaris op 31 maart 1996 is vastgesteld op grond van bijlage II .
Van de nadere regels, bedoeld in het vorige lid, maken deel uit de afspraken:
dat de ambtenaar met een salaris ingevolge bijlage II , die voor 1 april 1997 reeds het maximum heeft bereikt van de schaal en die binnen die betrekking geen perspectief heeft op een hogere schaal eerst per 1 april 1997 een salaris gaat ontvangen op basis van het maximum van dezelfde schaal ingevolge bijlage IIa;
en dat de ambtenaar met een salaris ingevolge bijlage II die op of na 1 april 1997 het maximum bereikt van de schaal en binnen zijn betrekking geen perspectief heeft op een hogere schaal op de datum van het bereiken van het maximum van de schaal een salaris gaat ontvangen op basis van het maximum van dezelfde schaal ingevolge bijlage IIa.
Het salaris wordt berekend, gebaseerd op de formele arbeidsduur per week, en uitgekeerd per maand.
Met instemming van de ambtenaar kan een ambtenaar van 55 jaar of ouder in het kader van seniorenbeleid aangesteld worden in een functie waaraan een lagere schaal is verbonden met een dienovereenkomstige aanpassing van het salaris.
Na de toepassing van artikel 7:16, tweede lid, kan de ambtenaar worden herplaatst in de eigen of een passende functie waaraan een lagere schaal is verbonden met dienovereenkomstige aanpassing van het salaris.
Het college kan in overleg de feitelijke arbeidsduur per week vaststellen op een andere omvang dan de formele arbeidsduur per week. De voor de ambtenaar geldende arbeidsduur per jaar mag hierdoor niet worden overschreden.
De arbeidsduur bedraagt ten hoogste 11 uur per dag en 50 uur per week.
Bij de brandweer en de wat betreft de van toepassing zijnde dienstroosters daarmee vergelijkbare onderdelen, kunnen van het eerste en het tweede lid afwijkende afspraken worden overeengekomen, met dien verstande dat het bepaalde in de laatste volzin van het eerste lid van toepassing blijft.
De ambtenaar kan bij het college voor 1 november (tenzij lokaal anders is geregeld) een verzoek indienen om gedurende het daaropvolgende kalenderjaar de duur van de vakantie - als bedoeld in artikel 6:2, eerste lid - te verminderen in ruil voor een vergoeding als bedoeld in het vijfde lid.
Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het aantal vakantie-uren –na vermindering op grond van het eerste lid – minimaal 144 uren. Voor de ambtenaar die is aangesteld voor een formele arbeidsduur van minder dan 36 uur per week en voor de ambtenaar die gebruikmaakt van de seniorenregeling bedoeld in artikel 5:1 of 5:3 , geldt een naar evenredigheid lager aantal uren als minimum.
Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het aantal te verminderen vakantie-uren op grond van het eerste lid maximaal 72 uren. Voor de ambtenaar die is aangesteld voor een formele arbeidsduur van minder dan 36 uur per week en voor de ambtenaar die gebruikmaakt van de seniorenregeling bedoeld in artikel 5:1 of 5:3 , geldt een naar evenredigheid lager aantal uren als maximum.
Het college wijst een verzoek als bedoeld in het eerste lid toe, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten.
Tenzij op lokaal niveau anders is overeengekomen ontvangt de ambtenaar voor elk op grond van het eerste lid verminderd vakantie-uur een vergoeding overeenkomend met de hoogte van het salaris per uur dat hij geniet bij de aanvang van het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft.
De seniorenarbeidsduur van de ambtenaar van 56 jaar en ouder, die
een ononderbroken diensttijd heeft van ten minste tien jaren die direct voorafgaat aan de ingangsdatum van de vermindering van de seniorenarbeidsduur, waarbij een onderbreking van twee maanden of minder niet als een onderbreking wordt aangemerkt; en
geen betrekking vervult waarvan voor de vervulling een leeftijdsgrens is bepaald wordt, tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet, op zijn verzoek met een vijfde deel teruggebracht met behoud van de formele arbeidsduur onder doorbetaling van 90% van de bezoldiging. Er dient minimaal een arbeidsduur van 7,2 uur per week te resteren.
Onder diensttijd als bedoeld in het vorige lid wordt verstaan de diensttijd als omschreven in artikel 2, tweede lid, onder de punten a tot en met c, van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering.
Bij de vaststelling van de feitelijke arbeidsduur per week wordt uitgegaan van de met een vijfde teruggebrachte seniorenarbeidsduur.
De ambtenaar die:
ontslag wordt verleend op grond van artikel 8:11 en
geen gebruik maakt of heeft gemaakt van een of meer van de in hoofdstuk 5 genoemde regelingen en
geen betrekking heeft vervuld die door de gemeente is aangewezen als bezwarende functie en waarvoor afwijkende regels zijn gesteld,
heeft in het kader van de FPU Gemeenten recht op een Aanvulling werkgever.
In dit hoofdstuk wordt onder berekeningsgrondslag verstaan: de pensioengrondslag zoals die is vastgesteld in januari in het jaar voorafgaand aan het moment van gebruikmaking van de aanvulling van de werkgever, met dien verstande dat indien de ambtenaar direct voorafgaande aan het ontstaan van het recht op een Aanvulling werkgever meer dan een betrekking vervult, voor de vaststelling van de berekeningsgrondslag wordt uitgegaan van het inkomen uit de betrekking waaruit het recht op een Aanvulling werkgever ontstaat.
Voor de ambtenaar die een deeltijdbetrekking vervult, wordt als berekeningsgrondslag de in het eerste lid genoemde berekeningsgrondslag gehanteerd, vermenigvuldigd met de deeltijdfactor zoals genoemd in artikel 1.2, tweede lid van het pensioenreglement, direct voorafgaande aan het ontstaan van het recht op een Aanvulling werkgever.
In elk kalenderjaar heeft de ambtenaar recht op vakantie met behoud van bezoldiging.
De vakantie, waarop de ambtenaar recht heeft ingevolge artikel 6:1, wordt verleend, tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten en toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 6:2:4, eerste lid, dan wel toepassing wordt gegeven aan artikel 6:2:6.
De vakantie wordt verleend door het college.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
gemeentelijke levensloopregeling: een regeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964;
instelling: een door de ambtenaar gekozen kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel 19g, vierde lid, Wet op de loonbelasting 1964;
levenslooprekening: een bij de instelling door de ambtenaar geopende geblokkeerde rekening, waarop de inleg van de ambtenaar wordt gestort;
levensloopverzekering: een bij de instelling door de ambtenaar afgesloten verzekering, waarop de inleg van de ambtenaar wordt gestort;
levenslooptegoed: het tegoed op een levenslooprekening onderscheidenlijk het verzekerd kapitaal.
De bepalingen van dit hoofdstuk hebben ten doel het treffen van een voorziening in geld uitsluitend ten behoeve van de financiering van een periode van (gedeeltelijk) onbetaald verlof door de ambtenaar. De gespaarde voorziening blijft qua omvang binnen de grenzen van artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964.
De ambtenaar die deel wil nemen aan de gemeentelijke levensloopregeling meldt dit bij het college.
Het college verwerkt de melding uiterlijk met ingang van de derde kalendermaand na ontvangst, tenzij niet wordt voldaan aan de eisen zoals genoemd in artikel 6a:4.
Het college stelt vast hoe de melding moet plaatsvinden.
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
passende arbeid: alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de ambtenaar is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd;
werkzaamheden in het kader van de reïntegratie: loonvormende arbeid, die specifiek gericht is op terugkeer in de eigen dan wel passende arbeid waarover afspraken zijn vastgelegd in het plan van aanpak bedoeld in artikel 7:9, derde lid;
scholing in het kader van de reïntegratie: scholing die gericht is op terugkeer in de eigen dan wel passende arbeid waarover afspraken zijn vastgelegd in het plan van aanpak bedoeld in artikel 7:9, derde lid;
arbeidsongeschiktheid in en door de dienst: arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of gebreken die in overwegende mate haar oorzaak vindt in en die niet aan schuld of nalatigheid van de ambtenaar is te wijten;
de aard van de opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht of;
in een dienstongeval verband houdende met de aard van de opgedragen werkzaamheden of de bijzondere omstandigheden waarin deze werkzaamheden moesten worden verricht;
restverdiencapaciteit: het door UWV vast te stellen inkomen dat de ambtenaar met zijn vaardigheden en bekwaamheden, gelet op zijn beperkingen, nog kan verdienen;
arbodienst: een dienst als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet;
inactieve: de oud-ambtenaar met een WW-uitkering, aanvullende uitkering, nawettelijke uitkering, WAO-uitkering, WIA-uitkering of wachtgelduitkering, die direct voorafgaand aan de uitkering in dienst was van een gemeente;
postactieve: de oud-ambtenaar met een uitkering functioneel leeftijdsontslag, FPU-uitkering, ouderdomspensioen van het ABP of ABP keuzepensioen, die direct voorafgaand aan deze uitkering of dit pensioen in dienst was van een gemeente of inactieve was;
geselecteerde zorgverzekeraar: Als geselecteerde zorgverzekeraar is door het LOGA voor de periode 1 januari 2006 tot en met 31 december 2008 aangewezen IZA Zorgverzekeraar NV.
Bij de toepassing van dit hoofdstuk wordt artikel 1:2:1 in acht genomen.
Indien de ambtenaar ontslag verzoekt, wordt hem dit eervol verleend.
Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden verleend.
Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, kan worden aangehouden indien een ontslag op grond van artikel 8:13 overwogen wordt.
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder 'betrokkene':
de gewezen ambtenaar aan wie op grond van artikel 8:4 of artikel 8:5 van deze regeling ontslag is verleend uit een betrekking:
waarin hij vast was aangesteld;
waarin hij tijdelijk was aangesteld, mits die aanstelling ten minste vijf jaren heeft geduurd en niet is geschied in een betrekking van kennelijk tijdelijke aard;
de gewezen ambtenaar aan wie op grond van artikel 8:6 of artikel 8:8 van deze regeling ontslag is verleend, tenzij toepassing is gegeven aan het bepaalde in artikel 8:6, tweede lid, respectievelijk artikel 8:8, tweede lid.
Onder betrokkene wordt mede verstaan de gewezen ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die zelf ontslag heeft gevraagd nadat het voornemen, hem op grond van artikel 8:4 of 8:5 van deze regeling ontslag te verlenen, hem schriftelijk is medegedeeld.
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
werkloosheid: werkloosheid in de zin van artikel 16 van de Werkloosheidswet;
betrokkene: de ambtenaar die werkloos geworden is;
dagloon: het dagloon in de zin van de Werkloosheidswet, zonder de maximering van het dagloon, als bedoeld in artikel 22 Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen jo. artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen;
bovenwettelijke uitkering: de aanspraken die de ambtenaar kan ontlenen aan dit hoofdstuk, te weten de aanvullende uitkering als omschreven in paragraaf 2 van dit hoofdstuk en de aansluitende uitkering als omschreven in paragraaf 3 van dit hoofdstuk, met uitzondering van de gemeentelijke werkloosheidsuitkering als bedoeld in artikel 10a:9, derde lid.
Bij de toepassing van dit hoofdstuk wordt artikel 1:2:1 in acht genomen.
Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die op grond van artikel 8:3, 8:5, 8:6 of 8:8 ontslagen wordt en de ambtenaar die op grond van artikel 8:3, 8:5, 8:6 of 8:8 ontslagen is.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
aanvullende uitkering de uitkering tijdens de werkloosheidsuitkering;
bezoldiging het gemiddelde van de bezoldiging als bedoeld in artikel 3:1, berekend over een periode van 12 maanden direct voorafgaand aan de datum van de reïntegratiefase, vermeerderd met de vakantietoelage en de eindejaarsuitkering; deze bezoldiging wordt geïndexeerd met de generieke salarisverhoging in de gemeentelijke sector;
gemeentelijke sector de gemeenten en gemeenschappelijke regelingen, die de CAR van toepassing hebben verklaard;
na-wettelijke uitkering de uitkering na afloop van de werkloosheidsuitkering;
reïntegratiefase de fase voorafgaand aan ontslag, waarin door middel van een reïntegratieplan afspraken worden gemaakt over de wijze waarop de reïntegratie van de ambtenaar het best tot stand kan komen en hieraan uitvoering wordt gegeven met als doel werkloosheid zoveel als mogelijk is te voorkomen;
reïntegratieplan het plan van aanpak waarin de reïntegratie-inspanningen van gemeente en de ambtenaar beschreven staan, die tot doel hebben de reïntegratie van de ambtenaar te bevorderen;
werkloosheid werkloosheid als bedoeld in de Werkloosheidswet, waarbij het arbeidsurenverlies voortvloeit uit de aanstelling of arbeidsovereenkomst bij de gemeente waaruit de werkloosheid plaatsvindt;
werkloosheidsuitkering uitkering op grond van de Werkloosheidswet, welke uitkering voortvloeit uit de aanstelling of arbeidsovereenkomst met de gemeente.
Indien lokaal ruimere afspraken gelden, dan die in dit hoofdstuk zijn gesteld, bespreken college en GO of tot herziening moet worden overgegaan van deze lokale afspraken.
Indien lokaal ruimere afspraken gelden, gelden deze lokale afspraken in plaats het gestelde in dit hoofdstuk.
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder betrokkene: de gewezen ambtenaar aan wie ontslag is verleend:
op grond van artikel 8:4 of artikel 8:5 uit een betrekking waarin hij tijdelijk was aangesteld, terwijl die aanstelling minder dan vijf jaren heeft geduurd dan wel is geschied in een betrekking van kennelijk tijdelijke aard;
op een andere grond genoemd in hoofdstuk 8 van deze regeling, met uitzondering van artikel 8:9, mits dat ontslag niet op eigen verzoek is geschied en evenmin aan eigen schuld of toedoen is te wijten; en die aan dat ontslag geen recht op een uitkering ingevolge artikel 8:3 kan ontlenen.
Onder betrokkene in de zin van dit hoofdstuk kan tevens worden verstaan de gewezen ambtenaar die ontslag heeft gevraagd omdat hij of zij de echtgenoot of geregistreerde partner volgt die door geheel buiten hem of haar liggende oorzaken noodzakelijk van standplaats moet veranderen.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 18, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
arbeidsongeschiktheidsuitkering: een periodieke uitkering, toegekend op grond van arbeidsongeschiktheid, die voortvloeit uit enig dienstverband van betrokkene;
WAO-uitkering: uitkering op grond van de WAO;
betrokkene: de overheidswerknemer, bedoeld in artikel 2 van de WPA, aan wie op grond van artikel 8:5 ontslag is verleend op grond van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking wegens ziekte, en die ten tijde van dat ontslag minder dan 80% arbeidsongeschikt is, met uitzondering van degene die zijn resterende verdienvermogen volledig benut in een of meer aangehouden betrekkingen;
bestuursorgaan: het orgaan als bedoeld in artikel 8:5, eerste lid, dat bevoegd is betrokkene ontslag te verlenen;
suppletie: de suppletie, bedoeld in artikel 11a:6;
dagloon: het dagloon in de zin van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zonder toepassing van de maximumdagloongrens van artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, vermeerderd met het bedrag aan pensioenpremie, bedoeld in artikel 10 van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP, en in voorkomend geval verminderd met bijdragen strekkende tot betaling van de premie van een door of voor de betrokkene afgesloten particuliere ziektekostenverzekering als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit Algemene Dagloonregelen WAO;
berekeningsgrondslag van de suppletie: het dagloon van betrokkene op de dag voorafgaande aan het ontslag ter zake waarvan hem recht op suppletie wordt toegekend, voor zover dat betrekking heeft op het inkomen uit de betrekking waaraan het recht op suppletie wordt ontleend;
werkloosheidsuitkering: een periodieke uitkering ter zake van ontslag of werkloosheid, die voortvloeit uit enig dienstverband van betrokkene.
Bij de toepassing van dit hoofdstuk wordt artikel 1:2:1 in acht genomen.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
de commissie: de in artikel 12:2 bedoelde commissie voor georganiseerd overleg;
de ambtenaren: de ambtenaren in de zin van de collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en de werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst;
de organisaties: de plaatselijk werkende groeperingen van de landelijke verenigingen van overheidspersoneel, aangesloten bij de centrales welke zijn toegelaten tot het centraal overleg met het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
Er is een commissie voor georganiseerd overleg, die is samengesteld uit een vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en een vertegenwoordiging van de toegelaten organisaties.
Onder toegelaten organisaties worden verstaan: de Algemene Centrale van Overheidspersoneel (ACOP) , de Christelijke Centrale van Overheids- en Onderwijzend Personeel (CCOOP) en de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij overheid, onderwijs, bedrijven en instellingen (CMHF) , dan wel een van de bij deze centrales aangesloten bonden, voorzover deze centrales, respectievelijk bonden voldoende representatief geacht kunnen worden.
De leden van ABVAKABO en NOVON die op 1 juli 1998 zitting hebben in de commissie namens ACOP of Ambtenarencentrum, dan wel namens ABVAKABO of NOVON, behouden hun zetels als vertegenwoordigers van ACOP dan wel ABVAKABO FNV/NOVON. Indien deze leden ophouden lid van de commissie te zijn, worden ze niet vervangen totdat het aantal leden namens ACOP dan wel ABVAKABO FNV/NOVON in overeenstemming is met het aantal als genoemd in de bepaling van de samenstelling van de commissie. Uiterlijk op 1 juli 2002 wordt het aantal leden in overeenstemming gebracht met de hier geldende bepalingen.
Andere vakorganisaties dan bedoeld in het derde lid kunnen toegelaten worden indien zij representatief geacht kunnen worden. Een desbetreffend verzoek wordt in het georganiseerd overleg besproken.
Organisaties die tot het georganiseerd overleg zijn toegelaten, verliezen hun toegang tot dit overleg zodra zij niet meer voldoende representatief geacht worden.
Deze regeling treedt in werking op de dag na de algemene bekendmaking, i.c. op (*1)
Noot *1: De ingangsdatum wordt lokaal ingevuld. LOGA-partijen zijn overeengekomen dat als uiterste ingangsdatum geldt 1 januari 1996.
Met ingang van de datum waarop deze regeling in werking treedt, vervallen de bepalingen van het geldende algemeen ambtenarenreglement dan wel van die verordeningen, die tekstueel dan wel materieel gelijkluidend zijn aan de bepalingen van deze regeling.
Indien de inwerkingtreding van deze regeling ertoe leidt dat bepalingen uit het geldende algemeen ambtenarenreglement vervallen, waardoor aanspraken van individuele ambtenaren in neerwaartse of opwaartse zin worden bijgesteld, vindt overleg plaats over de gevolgen daarvan.
In afwijking van het gestelde in het eerste en tweede lid hebben de artikelen 10:1, 10:6, 10:15 eerste en tweede lid, 10:19, 10:23 tweede lid, 11:1, 11:6 zevende en achtste lid, 11:13 eerste en tweede lid, 11:23, 11:24 en artikel 11:27 tweede lid, terugwerkende kracht tot en met 1 augustus 1993.
Aan het begin van iedere zittingsperiode van de OR sluiten de ondernemer en de (centrale) ondernemingsraad een convenant over de benodigde inzet voor het OR-werk, de compensatie daarvoor en het (maximum) aantal zittingstermijnen.
Gelet op het bepaalde in artikel 5a, eerste lid van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) zijn gemeenten voor hun onderneming of onderdelen daarvan als bedoeld in artikel 4 van de WOR, verplicht een ondernemingsraad in te stellen indien en voor zolang in hun onderneming ten minste 35 personen werkzaam zijn als bedoeld in artikel 1, tweede en derde lid, van de WOR.
De ambtenaar is gehouden zijn betrekking nauwgezet en ijverig te vervullen en zich ook overigens te gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt.
De ambtenaar is verplicht de eed of belofte af te leggen die bij wet, bij instructie of bij besluit van het college is voorgeschreven.
Het is de ambtenaar verboden, behoudens toestemming verleend door of namens het college in bijzondere gevallen, ten eigen bate:
diensten te laten verrichten door personen in gemeentedienst;
aan de gemeente toebehorende eigendommen te gebruiken;
gebruik te maken van hetgeen hem in of in verband met zijn betrekking ter kennis is gekomen.
Het is de ambtenaar verboden:
in verband met zijn betrekking vergoedingen, beloningen, giften of beloften van derden te vorderen, te verzoeken of aan te nemen, anders dan met toestemming van het college;
steekpenningen aan te nemen.
De ambtenaar is verplicht zich te gedragen naar de maatregelen van orde die ten aanzien van het verblijf in de kantoren, werkplaatsen of op andere arbeidsterreinen zijn vastgesteld.
Indien de ambtenaar verhinderd is zijn betrekking te vervullen, is hij verplicht dit zo spoedig mogelijk mede te delen of te doen mededelen.
De ambtenaar die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt dan wel bij herhaling aanleiding geeft tot toepassing te zijnen aanzien van maatregelen van inhouding, beslag of korting, als bedoeld in de tweede titel van de Ambtenarenwet, kan deswege disciplinair worden gestraft.
Plichtsverzuim omvat zowel het overtreden van enig voorschrift als het doen of nalaten van iets dat een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen.
Burgemeester en wethouders en de ambtenaar leggen in een P.O.P. de afspraken vast over de loopbaanontwikkeling en de vereiste kennis en vaardigheden van de ambtenaar, en ook een in dat kader door hem te volgen opleiding en de te ondernemen leeractiviteiten.
Het P.O.P. wordt ten minste één keer per drie jaar opgesteld en door burgemeester en wethouders vastgesteld.
Een te volgen opleiding en de te ondernemen leeractiviteiten passen in de doelstellingen, criteria en budgettaire voorwaarden van het gemeentelijk opleidingsbeleid zoals is neergelegd in de nota Opleidingsbeleid gemeente Landgraaf.
De gemaakte afspraken vanuit het P.O.P. worden opgenomen in een door burgemeester en wethouders vast te stellen opleidingsplan en opgenomen in het persoonsdossier.
De kosten die gemaakt zullen worden binnen de in het P.O.P. opgenomen opleiding en activiteiten worden door burgemeester en wethouders vergoed.
In het P.O.P. worden afspraken vastgelegd wat betreft benodigd verlof en eventuele andere medewerking door de werkgever die de ambtenaar in staat moet stellen de gemaakte afspraken uit te voeren.
In het P.O.P. worden afspraken vastgelegd over één of meer van de volgende onderwerpen:
de keuze van opleidingsvorm of instituut, alsmede de redelijkerwijs te maken kosten;
de periode gedurende welke de opleiding/activiteit gevolgd zal worden;
de minimaal te behalen resultaten en de te maken voortgang;
de omstandigheden onder welke een te volgen studie kan worden onderbroken of gestopt;
de gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de genoten vergoeding bij het voortijdig afbreken van een studie door een ambtenaar;
de gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de genoten vergoeding bij het verlaten van de gemeentelijke dienst binnen een te bepalen periode na afronding van de studie;
eventuele andere onderwerpen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de gemaakte afspraken.
Indien aan de orde dient in het P.O.P. nadrukkelijk te worden aangegeven of er sprake is van noodzakelijke en een verplichte opleiding/cursus/seminar in de zin van artikel 15:1:26. Opleidingsactiviteiten in de zin van genoemd artikel kunnen door burgemeester en wethouders worden opgelegd en zijn gericht op het correct kunnen uitoefenen van de huidige functie.
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
betrokkene: de ambtenaar of gewezen ambtenaar in de zin van de CAR;
woongebied: een door het college aan te wijzen gebied aansluitend aan het grondgebied van de gemeente;
standplaats: de gemeente of het met name genoemde deel daarvan, waar de ambtenaar gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht;
gezinsleden: de echtgenoot, geregistreerde partner van de betrokkene en de kinderen, stief- en pleegkinderen van de betrokkenen en/of van de echtgenoot, geregistreerde partner voor zover zij samenwonen;
eigen huishouding voeren: het zelfstandig en voor eigen rekening bewonen van woonruimte, voorzien van eigen meubilair en stoffering, een en ander ter beoordeling van het bevoegde gezag;
berekeningsbasis: het twaalfvoud van de bezoldiging – in de zin van artikel 3:1, dan wel hetgeen daarmede overeenkomt ingeval dat artikel niet op hem van toepassing is – die betrokkene geniet op het berekeningstijdstip, vermeerderd met de aanspraak op de vakantie-uitkering en in voorkomende gevallen vermeerderd met:
1. genoten wachtgeld of uitkering krachtens hoofdstuk 10 of 11 of een genoten werkloosheidsuitkering krachtens de WW en eventueel hoofdstuk 10a;
2. genoten uitkering krachtens dan wel overeenkomstig hoofdstuk 9 of het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering;
3. genoten herplaatsingstoelage krachtens hoofdstuk 12 van het pensioenreglement;
berekeningstijdstip: 1e datum waarop de betrokkene verhuist; 2e indien de betrokkene verhuist voor de datum dat de functie feitelijk wordt vervuld, de datum van ingang van de functievervulling; 3e bij het overlijden of ontslag van de betrokkene, de datum waarop laatstelijk bezoldiging werd genoten;
verplaatsen en verplaatsing: veranderen onderscheidenlijk verandering van de standplaats van de betrokkene in opdracht van het bestuursorgaan;
verplaatsingskostenvergoeding: tegemoetkoming in de kosten van een verplaatsing, dan wel van een verhuizing voortvloeiende uit indiensttreding of ontslag, ofwel een tegemoetkoming in reis- en pensionkosten voor de periode dat de verhuizing nog niet heeft plaatsgevonden;
dienstwoning: de door het bevoegde gezag aan de betrokkene in verband met de uitoefening van zijn functie aangewezen woning.
Bij de toepassing van dit hoofdstuk wordt artikel 1:2:1 in acht genomen.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder levenspartner verstaan: een persoon met wie de niet-gehuwde ambtenaar samenwoont en met het oogmerk duurzaam samen te leven een gemeenschappelijke huishouding voert, hetgeen blijkt uit een schriftelijke verklaring, ingericht volgens door het college nader te stellen regels. Tegelijkertijd kan slechts één persoon als levenspartner worden aangemerkt.
De bepalingen die gelden voor de gehuwde ambtenaar, zijn op overeenkomstige wijze van toepassing op de ambtenaar met een levenspartner. Waar in deze bepalingen staat "echtgenoot" moet tevens worden gelezen "levenspartner".
(Vervallen)
In gevallen waarin dit hoofdstuk niet of niet naar redelijkheid voorziet, treft het college een passende voorziening.
Deze regeling treedt uiterlijk in werking op de dag na algemene bekendmaking van dit besluit.
Met ingang van de datum waarop deze regeling in werking treedt, dan wel gedeelten daarvan in werking treden, vervallen de bepalingen van het geldende algemeen ambtenarenreglement dan wel van die verordeningen, die tekstueel dan wel materieel gelijkluidend zijn aan de bepalingen van deze regeling.
Indien de inwerkingtreding van deze regeling ertoe leidt dat bepalingen uit het geldende algemeen ambtenarenreglement dan wel uit verordeningen vervallen, waardoor aanspraken van individuele ambtenaren in neerwaartse of opwaartse zin worden bijgesteld, vindt overleg plaats over de gevolgen daarvan.
Burgemeester en Wethouders benoemen een klachtencommissie. Het Georganiseerd Overleg adviseert over de voordracht ten aanzien van de vaste leden van de klachtencommissie. Wanneer wordt afgeweken van het advies van dit orgaan, gebeurt dit met redenen omkleed.
De klachtencommissie bestaat uit drie externe leden, waarvan 1 tot vaste voorzitter en 1 tot vaste secretaris benoemd wordt. De benoeming van de leden gebeurt op basis van deskundigheid. De klachtencommissie kan het hoofd van de stafafdeling Concerncontrol en/of de vertrouwenspersoon tijdens het onderzoek vragen om de commissie in adviserende zin te ondersteunen.
In de commissie moet juridische deskundigheid en deskundigheid op het gebied van (het bestrijden) van seksuele intimidatie aanwezig zijn.
De leden van de commissie mogen niet direct betrokken zijn geweest bij de seksuele intimidatie waarover een klacht is ingediend. Is zulks wel het geval, dan moet vervanging worden geregeld met inachtneming van het bepaalde in art. 4 en art. 5, eerste lid.
De vaste leden van de commissie hebben ieder een vaste vervanger.
De zittingen van de klachtencommissie zijn niet openbaar.
Zowel de klager als de aangeklaagde worden schriftelijk uitgenodigd om persoonlijk ter hoorzitting te verschijnen, terwijl beide partijen erop worden gewezen dat zij zich door een raadsman kunnen doen vergezellen.
Tussen het verzenden van de uitnodiging en de zitting zelve dient een tijdvak te liggen dat minimaal 6 x 24 uur en maximaal 12 x 24 uur bedraagt.
Op verzoek van een (1) der partijen kan van de in het vorige lid genoemde termijnen worden afgeweken, mits de wederpartij daarmee instemt.
Beide partijen worden in beginsel afzonderlijk gehoord.
Van het tijdens de zitting verhandelde wordt binnen 36 uur door de secretaris een proces-verbaal opgemaakt, dat door alle betrokkenen voor akkoord dient te worden ondertekend. Indien een betrokkene dit weigert, wordt de reden daarvan op het proces-verbaal aangetekend.
Indien de aangeklaagde medewerker dit verlangt worden hij en zijn raadsman in de gelegenheid gesteld kennis te nemen van de rapporten of andere bescheiden welke op de hem ten laste gelegde feiten betrekking hebben.
De commissie stelt uitdrukkelijk gemotiveerd vast:
of en zo ja, in welke mate de klacht naar haar mening gegrond is;
ten aanzien van wie de seksuele intimidatie zich manifesteerde;
op welke wijze en met welke frequentie de seksuele intimidatie zich manifesteerde danwel dit aannemelijk is gemaakt.
De klachtencommissie brengt, uiterlijk binnen een maand na aanvang van haar onderzoek ter zake van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde vaststelling, een schriftelijke verklaring uit aan het sector- c.q. stafhoofd van de medewerker tegen wie een aanklacht is ingediend. Deze termijn kan met ten hoogste een maand worden verlengd.
Een lid van de klachtencommissie is gerechtigd, aan de verklaring van de commissie een minderheidsstandpunt toe te voegen.
Een afschrift van de verklaring wordt aan klager en degene tegen wie een klacht is ingediend gestuurd, alsmede aan de vertrouwenspersoon.
Het sector- c.q. stafhoofd doet binnen een maand na ontvangst van de verklaring van de klachtencommissie een voorstel ter besluitvorming aan het College van Burgemeester en Wethouders over eventueel te nemen maatregelen.
Een afschrift van dit voorstel wordt aan de klager, de aangeklaagde, alsmede aan de vertrouwenspersoon gestuurd.
Indien het sector- c.q. stafhoofd een voorstel doet dat geen sancties inhoudt, terwijl de klacht door de commissie wel gegrond is verklaard, dient dit schriftelijk, uitdrukkelijk met redenen omkleed, in het voorstel te worden gemeld.
Indien Burgemeester en Wethouders besluiten om een disciplinaire straf op te leggen als bedoeld in artikel 16:1:2 blijft het gestelde in artikel 16:1:3 buiten toepassing.
Een afschrift van het besluit van Burgemeester en Wethouders wordt aan de klager en degene tegen wie de klacht is ingediend, alsmede de vertrouwenspersoon gestuurd.
Indien de klacht zich richt tegen de persoon van het sector- c.q. stafhoofd, dient daar, waar in deze regeling sprake is van sector- c.q. stafhoofd, de gemeentesecretaris gelezen te worden.
In de artikelen 31:1:1:2 t/m 31:1:1:12 wordt verstaan onder:
Methode: de functiewaarderingsmethodiek geldend voor de gemeente Landgraaf, afgeleid van het systeem Grote Gemeenten (S.G.G.)., onderdeel uitmakend van deze regeling;
Functiebeschrijving: de beschrijving, als bedoeld in hoofdstuk 2 van deze regeling, van de positie en het samenstel van taken van enige functie, opgemaakt in het vastgestelde model gevoegd bij en onderdeel uitmakend van deze regeling, waarin voor zoveel mogelijk is weergegeven wat de organisatie van de functiehouder verwacht uitgaande van de doelen van de organisatie (de organieke functiebeschrijving), waaraan eventueel is toegevoegd een vastgestelde persoonlijke aanvulling op die beschrijving (persoonlijke aanvulling);
IJkfuncties: functie binnen het organiek inpassingskader, die basis vormen voor de totstandkoming van het integrale O.I.K., waarover overeenstemming bestaat bij de waarderingscommissie, het managementteam en de commissie voor Georganiseerd overleg en door het bestuur zijn vastgesteld;
Functieboek: het samenstel van alle vastgestelde afzonderlijke organieke functiebeschrijvingen, zoals bedoeld in artikel 31:1:1:2, negende lid;
Organiek inpassingskader (O.I.K.): het integraaloverzicht van alle binnen de organisatie van de gemeente Landgraaf voorkomende organieke functies met daaraan gekoppeld de waardering volgens de methode en de functieschaal overeenkomstig de conversietabel, en die aldus in rangorde zijn geplaatst;
Bestuur: het college van burgemeester en wethouders;
Hoofd van dienst: de gemeentesecretaris;
Sectorhoofd/stafhoofd: het hoofd van de sector resp. stafafdeling, waaronder de organieke functie ressorteert;
Afdelingshoofd: het hoofd van de afdeling binnen een sector of stafafdeling, waaronder de organieke functie ressorteert;
Managementteam: het gestructureerd overleg tussen de gemeentesecretaris en de hoofden van sectoren en stafafdelingen;
Medewerker: de ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1;
Waarderingscommissie: de adviescommissie als bedoeld in artikel 31:1:1:4, eerste lid;
Arbitragecommissie: de commissie bedoeld in artikel 31:1:1:7;
Conversie: het omzetten van het totaal van systeempunten, toegekend op grond van toepassing van de methode, in salarisschalen.
De functiebeschrijvingen worden in concept door de volledig leidinggevende, onder wie de te beschrijven functie ressorteert, opgemaakt volgens het vastgestelde standaardmodel. De beschrijving van de functie van gemeentesecretaris wordt door of namens het college van burgemeester en wethouders opgemaakt. Zo nodig en desgevraagd wordt bij het opmaken van de beschrijvingen ondersteuning geboden door een daartoe aangewezen medewerker van de stafafdeling Concerncontrol Voor de beschrijving van bestaande functies vormt de eerder vastgestelde beschrijving wezenlijk uitgangspunt.
Het vastgestelde standaardmodel voor beschrijving van functies, dat als bijlage II bij deze regeling is gevoegd, omvat naast de algemene functie-informatie, tenminste gegevens over de positie, de output, de taken, verantwoordelijkheden en opleidingseisen.
De functiebeschrijvingen worden opgemaakt na het verstrijken van zes maanden, doch uiterlijk voor het verstrijken van een jaar na het ontstaan van de functie of de inhoudelijke aanpassing daarvan.
De concept-functiebeschrijving wordt door de volledig leidinggevende ter becommentariëring aan de medewerker of de groep van medewerkers die de functie vervult/vervullen voorgelegd en met hem/hen besproken. Het overleg heeft tot doel inzicht te bieden in de (voorgenomen) ontwikkeling van de beschreven taakstelling en de door de organisatie verwachte output ervan. Tevens is het overleg gericht op het bereiken van maximale overeenstemming over de inhoud van de beschrijving.
Het overleg, zoals bedoeld in het vorige lid, kan er overigens toe leiden dat separaat van de concept-functiebeschrijving een persoonlijke aanvulling daarop wordt geformuleerd. De persoonlijke aanvulling op de concept-beschrijving bevat informatie over additionele, voor de individuele taakuitvoering relevante werkzaamheden, die geen direct verband houden met de van de organisatiedoelen afgeleide taakstelling, zoals neergelegd in de functiebeschrijving.
Indien overeenstemming - na eventuele aanpassingen van de concept-beschrijving - is bereikt, wordt de concept-beschrijving door de medewerker of groep van medewerkers en de volledig leidinggevende voor akkoord getekend. De eventueel geformuleerde persoonlijke aanvulling wordt ondertekend door de volledig leidinggevende en wordt vervolgens ter vaststelling voorgelegd aan het sector- of stafhoofd, waaronder de functie ressorteert. Ten aanzien van persoonlijke aanvullingen voor sector-, stafhoofden en de gemeentesecretaris treedt het college op als vaststellend orgaan. De concept-functiebeschrijving, waaromtrent overeenstemming is bereikt, wordt vervolgens - door tussenkomst van een daartoe aangewezen medewerker van de stafafdeling Concerncontrol - voor toetsing voorgelegd aan de commissie uit de Ondernemingsraad.
Indien geen overeenstemming wordt bereikt over de concept-functiebeschrijving wordt de functie voorgelegd aan het relevante sector- of stafhoofd, resp. aan het college van burgemeester en wethouders. Na oordeelsvorming over het bestaande verschil van inzicht over de concept-functiebeschrijving stelt het sector-/stafhoofd, resp. het college van burgemeester en wethouders - mede op basis van overleg met de betrokken leiding en de medewerker of groep van medewerkers - de conceptbeschrijving voorlopig (gewijzigd) vast door ondertekening. De aldus voorlopig vastgestelde concept-functie wordt vervolgens- door tussenkomst van de stafafdeling Concerncontrol - voor toetsing voorgelegd aan de commissie uit de Ondernemingsraad.
De commissie uit de Ondernemingsraad toetst de voorlopig vastgestelde concept-functiebeschrijvingen op:
door het college ten aanzien van de functie reeds genomen besluiten;
geldende organisatie-principes;
consistentie in aard en niveau van de functie;
samenhang van de functie met andere functies in de organisatie.
De commissie uit de Ondernemingsraad, ingesteld overeenkomstig artikel 15, tweede lid van de Wet op de ondernemingsraden, bestaat uit:
drie leden, daartoe aangewezen door en uit de Ondernemingsraad;
twee leden, daartoe aangewezen door de Ondernemingsraad en uit de gemeentelijke organisatie en die geen deel uitmaken van de Ondernemingsraad.
De commissie uit de Ondernemingsraad laat zich voor haar toetsende taak bijstaan door een daartoe aangewezen medewerker van de stafafdeling Concerncontrol
De commissie uit de Ondernemingsraad geeft op basis van het ingestelde onderzoek een advies af aan het hoofd van dienst ten aanzien van de aan haar voorgelegde conceptbeschrijvingen. Indien van bezwaren tegen de inhoud van de conceptbeschrijvingen blijkt, maakt de commissie die kenbaar aan het hoofd van dienst.
Op basis van het oordeel van de commissie uit de Ondernemingsraad stelt het hoofd van dienst de conceptbeschrijvingen vast. Blijkt van bezwaren tegen de inhoud van de conceptbeschrijving, dan stelt het hoofd van dienst de conceptbeschrijving op basis van eigen oordeelsvorming (al dan niet gewijzigd) vast.
De resultante van het overleg over, de toetsing door de commissie uit de Ondernemingsraad en de totstandkoming en vaststelling van de functiebeschrijving wordt vastgelegd in een daartoe vastgesteld formulier, overeenkomstig de bijlage III bij deze regeling.
De conform het elfde lid vastgestelde functiebeschrijving wordt opgenomen in het functieboek. Het functieboek wordt, gelet op het organieke karakter ervan, ter instemming voorgelegd aan de Ondernemingsraad, en met inachtneming daarvan aansluitend door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld.
Het vastgestelde functieboek wordt voor gebruik beschikbaar gesteld aan de organisatie en de medewerkers worden individueel schriftelijk in kennis gesteld van de voor hen relevante en vastgestelde functiebeschrijving. De inhoud van een eventueel ten aanzien van de medewerker vastgestelde persoonlijke aanvulling wordt daarbij eveneens aan hem ter kennis gebracht.
De waarderingscommissie bestaat uit:
een voorzitter, deel uitmakend van de gemeentelijke organisatie, daartoe door het college van burgemeester en wethouders aangewezen;
het hoofd van de stafafdeling Concerncontrol, namens het managementteam;
het sectorhoofd/hoofd stafafdeling waaronder de functie ressorteert dan wel de burgemeester in het geval het de functie voor de gemeentesecretaris betreft (variabel);
een lid, aangewezen door en uit de commissie voor Georganiseerd overleg;
een lid, niet deel uitmakend van de gemeentelijke organisatie, daartoe door de gezamenlijke vakorganisaties aangewezen;
een medewerker van de stafafdeling Concerncontrol, belast met de methode-technische advisering en administratieve Ondersteuning van de commissie, daartoe aangewezen door het stafhoofd Concerncontrol
Indien de voorzitter, genoemd onder a, als variabel tevens als variabel lid zoals genoemd onder c in de commissie dient te participeren, wordt de voorzitterstaak tijdelijk,door een nader aan te wijzen lid van de commissie waargenomen.
De leden, genoemd onder b. tot en met e. hebben stemrecht.
De leden genoemd onder c kunnen zich bij de bespreking van de onder hun ressorterende functies laten bijstaan voor het geven van toelichting (niet aanwezig bij de bespreking van de waarderingen) door een afdelinghoofd (v.w.b. de functies die onder dit afdelingshoofd ressorteren).
De commissie heeft tot taak de ijkfuncties van het O.I.K. methodetechnischen in onderlinge vergelijking te waarderen en de overige functiebeschrijvingen te waarderen op basis van kruisgewijze vergelijking en/of methodetechnische analyse. Functies welke worden vervuld door leden van de waarderingscommissie worden gewaardeerd zonder het betreffende commissielid, eventueel met inschakeling van de voorzitter.
De commissie besluit waar nodig bij meerderheid van stemmen. Bij het staken der stemmen wordt het voorstel opnieuw geagendeerd, zo nodig met toekenning van stemrecht aan de onder a. van artikel 31:1:1:4, eerste lid genoemde voorzitter.
De waarderingscommissie verwijst een voor waardering voorgelegde functiebeschrijving naar de arbitragecommissie, indien ofwel de leden, genoemd in artikel 31:1:1:4, eerste lid onder b en c, dan wel de leden, genoemd in artikel 31:1:1:4, eerste lid onder d en e., elk unaniem, bezwaar hebben tegen het overeenkomstig artikel 31:1:1:4, derde lid tot stand gekomen waarderingsadvies.
Deze regeling kan worden aangehaald als de "Regeling functiebeschrijving en methodische functiewaardering gemeente Landgraaf 2000."
De op grond van deze Regeling vastgestelde waarderingen van nieuwe of in het kader van onderhoud aangepaste functies en de daaraan gekoppelde functieschalen hebben gelding vanaf de eerste dag van de maanden januari of juli, direct volgende op de datum van vaststelling van de functiebeschrijving.
In gevallen waarin de regeling niet voorziet, althans in redelijkheid niet voorziet, kan het bestuur - gehoord de commissie voor Georganiseerd overleg - nadere regels vaststellen.
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
Belanghebbende: degene die krachtens een aanstelling of een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst van de gemeente Landgraaf is, en die naar het oordeel van burgemeester en wethouders in verband met een goede uitoefening van de functie thuis over een telefoonaansluiting dient te beschikken;
Bezoldigingsverordening: Bezoldigingsverordening 1997;
Salaris: salaris in de zin van de sub b genoemde verordening.
Aan de belanghebbende wordt:
een vergoeding toegekend van de door hem verschuldigde abonnementskosten van:
100% van die kosten indien zijn salaris gelijk aan of hoger is dan het maximumbedrag van schaal 5 van bijlage IIa van de ARL;
50% van die kosten indien zijn salaris hoger is dan het maximumbedrag van schaal 5, maar niet hoger dan het maximumbedrag van schaal 7 van voornoemde bijlage;
50% van die kosten indien zijn salaris meer bedraagt van het maximum van schaal 7 van voornoemde bijlage, indien hij bij een wachtdienst is ingedeeld.
een volledige vergoeding van de verschuldigde aanlegkosten in geval van een eerste aanleg;
een bijdrage van € 6,81 per maand toegekend in de gesprekskosten welke ten behoeve van dienstdoeleinden moeten worden gevoerd;
de bijdrage als bedoeld in dit artikel wordt enkel genoten door de houders van de functies welke op een bij deze regeling behorende bijlage zijn vermeld.
Voor de toepassing van deze regeling wordt onder belanghebbende verstaan degene die krachtens een aanstelling of een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst van de gemeente Landgraaf is en die naar het oordeel van burgemeester en wethouders in verband met een goede uitoefening van de functie over een mobiele telefooninstallatie dient te beschikken.
Aan een belanghebbende worden vergoed:
50% van de naar het oordeel van burgemeester en wethouders redelijk te maken kosten in verband met de aankoop van een mobiele telefooninstallatie;
de abonnementskosten voor zoveel die meer bedragen dan die van een abonnement ter zake van een normale huisaansluiting.
In deze regeling worden verstaan onder:
Deelnemer: De medewerker in dienst van de gemeente Landgraaf behoudens degene met wie een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is aangegaan;
Spaarloon: Elk overeenkomstig de bepalingen van deze regeling van het salaris van de deelnemer gespaard bedrag;
Spaartermijn: De in artikel 33:1:1:6 onder a van deze regeling vermelde termijn van vier volle kalenderjaren;
Spaarloonrekening: De door de spaarinstelling ten name van de deelnemer geopende rekening, waarop het spaarloon wordt geadministreerd;
Spaarinstelling: De spaarbank, handelsbank, landbouwkredietinstelling, bouwkas, spaarfonds en daarmede vergelijkbare rechtspersoonlijkheid bezittende instellingen, waarvan het bestuur zich bereid heeft verklaard te voldoen aan de bepalingen van deze regeling.
Deze regeling heeft ten doel de spaarzin en de vorming van duurzaam bezit bij de personeelsleden te bevorderen.
Teneinde het in het eerste lid omschreven doel te bereiken zal door de werkgever op verzoek van de deelnemer op het brutoloon in de zin van de Coördinatiewet Sociale Verzekering van de deelnemer ingehouden spaarloon op de spaarloonrekening ten name van de deelnemer worden gestort.
In de artikelen 34:1:1:1 t/m 34:1;1:13 wordt verstaan onder:
Het ARL: Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Landgraaf. Hierin zijn geïntegreerd de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en de Uitwerkingsovereenkomst (UWO);
ambtenaar: De ambtenaar in de zin van artikel 1:1, eerste lid, sub a ARL;
werkgever: De gemeente Landgraaf;
functie: Het geheel van werkzaamheden dat de ambtenaar volgens zijn functiebeschrijving verricht;
passende functie: Een functie van gelijkwaardig werk- en denkniveau, die de ambtenaar redelijkerwijs in verband met zijn persoonlijkheid, omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten kan worden opgedragen. Een passende functie is doorgaans van hetzelfde functieniveau als de oude functie, maar kan ook van een hoger niveau of een lager niveau zijn dan de oude functie. Een achteruitgang in functieniveau is beperkt tot maximaal twee salarisschalen;
geschikte functie: Een functie, die niet valt onder het begrip passende functie, maar die de ambtenaar bereid is te vervullen;
leidinggevende: Een ambtenaar die verantwoordelijk is voor het functioneren van zijn medewerkers;
Hoofd van dienst: de gemeentesecretaris, dan wel het college van B&W in geval het besluit betrekking heeft op de gemeentesecretaris;
Leidinggevende van het 1e echelon: De hoogste leidinggevende in het organisatieonderdeel, die rechtstreeks rapporteert aan de gemeentesecretaris .
De ambtenaar zo snel en zo goed mogelijk te re-integreren in een andere passende c.q. geschikte functie binnen of buiten de gemeente.
Het voorkomen van repressieve re-integratietrajecten door het realiseren van o.a. therapeutische c.q. preventieve re-integratietrajecten.
Klachten veroorzaakt door het verrichten van werkzaamheden met behulp van een beeldscherm kunnen worden gemeld bij de Staf Concerncontrol.
In eerste instantie onderzoekt en beoordeelt Concerncontrol de situatie op de werkplek van betrokkene.
Wanneer daartoe aanleiding is wordt voor het werkplekonderzoek de Arbo-dienst ingeschakeld.
Bij het werkplekonderzoek wordt bijzondere aandacht geschonken aan de situering van het beeldscherm in de werkruimte, aan de voor betrokkene naar geldende ergonomische normen bepaalde ideale afstelling van de bureaustoel en de werkhoogte van het bureau.
Het onderzoek van de werkplek kan ertoe leiden dat de klacht, anders dan door de aanschaf van een beeldschermbril, kan worden verholpen. In dat geval wordt de procedure voor de aanschaf van een beeldschermbril voor betrokkene niet verder voortgezet.
In dit sociaal plan wordt verstaan onder:
Het ARL: Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Landgraaf. Hierin zijn geïntegreerd de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en de Uitwerkingsovereenkomst (UWO);
ambtenaar: De ambtenaar in de zin van artikel 1:1, eerste lid, sub a ARL;
werkgever: De gemeente Landgraaf;
salaris: Het voor de ambtenaar geldende bedrag van de aan de ambtenaar toegekende schaal als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid, sub b van het ARL;
bezoldiging: Het salaris, zoals genoemd in artikel 3:1, tweede lid, sub c van het ARL;
toelagen: De toelage zoals genoemd in de artikelen 1:1 en 3:1:1:1 van het ARL;
functie: Het geheel van werkzaamheden dat de ambtenaar volgens zijn functiebeschrijving verricht;
ongewijzigde / licht gewijzigde functie: Een functie waarbij “mens-volgt-werk” van toepassing is;
ingrijpend gewijzigde functie: Een functie waarvan de niveaubepalende bestanddelen voor 50% of meer wijzigen vergeleken met die van de functie die de ambtenaar voor de organisatiewijziging vervulde;
passende functie: Een functie van gelijkwaardig werk- en denkniveau, die de ambtenaar redelijkerwijs in verband met zijn persoonlijkheid, omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten kan worden opgedragen. Een passende functie is doorgaans van hetzelfde functieniveau als de oude functie, maar kan ook van een hoger niveau of een lager niveau zijn dan de oude functie. Een achteruitgang in functieniveau is beperkt tot maximaal twee salarisschalen;
geschikte functie: Een functie, die niet valt onder het begrip passende functie, maar die de ambtenaar bereid is te vervullen;
gelijke geschiktheid: Er zijn geen substantiële verschillen aanwezig in de som van opleiding, ervaring en competenties, in relatie tot de eisen van de vacante functie;
leidinggevende: Een ambtenaar die verantwoordelijk is voor het functioneren van zijn medewerkers;
hoofd van dienst: De gemeentesecretaris;
leidinggevende van het 1e echelon: De hoogste leidinggevende in het organisatieonderdeel, die rechtstreeks rapporteert aan de gemeentesecretaris;
leidinggevende van het 2e echelon: De hoogste leidinggevende in het organisatieonderdeel, die rechtstreeks rapporteert aan de leidinggevende van het 1e echelon.
De werkgever garandeert dat, als gevolg van dit organisatieontwikkelingtraject, geen arbeidsplaatsen verloren gaan en er dus ook geen gedwongen ontslagen vallen die een direct gevolg zijn van dit traject.
Voor onvoorziene omstandigheden wordt, in goed overleg met de commissie voor GO, een maatwerkafspraak gemaakt.
Het bepaalde in het eerste lid is echter niet van toepassing als een medewerker niet voldoet aan de verplichtingen zoals genoemd in artikel 36:1:1:3.
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
Buitengewoon ambtenaar: de bezoldigd buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand, zoals bedoeld in het Reglement op de Burgerlijke Stand.
CAR/ARL: de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Landgraaf.
Aanstelling geschiedt in vaste dienst of in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd.
Een aanstelling voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege.
Landgraaf, 14 juni 2011
Burgemeester en Wethouders voornoemd,
de Secretaris, de Burgemeester
mr. S.B.E. Willems-van Ulden mr. R.J.H. Vlecken
In de bijlage van de in artikel 3:1, eerste lid, bedoelde bezoldigingsregeling worden met ingang van 1 april 1993 de daarin opgenomen schaalbedragen verhoogd met 2%.
Met ingang van 1 januari 1995 worden de schaalbedragen verhoogd met 0,5%.
Met ingang van 1 augustus 1995 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,25%, behoudens de schaalbedragen van personeel werkzaam bij gemeentelijke zorginstellingen. Ten aanzien van personeel dat op of na 1 augustus 1995 werkzaam is bij gemeentelijke ziekenhuizen, gemeentelijke verpleegtehuizen of gemeentelijke psychiatrische ziekenhuizen, geldt dat zij in januari 1996 een eenmalige uitkering ontvangen ter grootte van 1,25% van de grondslag. De grondslag bestaat uit de over de maanden augustus tot en met december 1995 genoten bezoldiging, vermeerderd met 8% vakantietoeslag. Deze uitkering wordt niet verstrekt aan personeel dat voor 1 januari 1996 uit dienst is getreden en in de periode van 1 augustus tot en met 31 december 1995 minder dan 100 uur bij één instelling heeft gewerkt.
Met ingang van 1 januari 1996 is de gemeentelijke salarismutatie ook op personeel van zorginstellingen van toepassing.
Met ingang van 1 augustus 1996 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,25%.
Vanaf 1997 wordt een structurele eindejaarsuitkering uitgekeerd van 0,3% van het jaarsalaris.
Per 1 juni 1997 worden de schaalbedragen met 3,0% verhoogd.
Met ingang van 1 april 1998 worden de schaalbedragen verhoogd met 2,25%.
Met ingang van 1 april 1999 worden de schaalbedragen verhoogd met 2,0%.
Met ingang van 1 oktober 1999 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,0%.
Degenen die op 1 december 1999 in dienst zijn van de gemeente krijgen in die maand een eenmalige uitkering van ƒ 350,– bruto bij een volledige betrekking. Bij een deeltijdbetrekking wordt dit bedrag naar rato vastgesteld. De uitkering werkt door naar de postactieven.
Degenen die op 1 april 2000 in dienst zijn van de gemeente krijgen in die maand een eenmalige uitkering van ƒ 350,– bruto bij een volledige betrekking. Bij een deeltijdbetrekking wordt dit bedrag naar rato vastgesteld. De uitkering werkt door naar de postactieven.
Met ingang van 1 augustus 2000 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,5%.
Met ingang van 1 oktober 2000 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,5%.
In 2000 wordt de structurele eindejaarsuitkering van 0,8% eenmalig verhoogd met 0,5% onder een gelijktijdige verhoging van het minimale bedrag met ƒ 250,-. Dit resulteert voor 2000 in een eindejaarsuitkering van 1,3% met een minimaal bedrag van ƒ 650,-.
Met ingang van 1 januari 2001 worden de schaal;bedragen gebruteerd met 1,9% met een maximum van ƒ 1.745,-.
Met ingang van 1 mei 2001 worden de schaalbedragen verhoogd met 3,3%.
Vanaf 2001 wordt de eindejaarsuitkering met 0,95% structureel verhoogd naar 1,75%. Tevens wordt vanaf 2001 het minimale bedrag verhoogd van ƒ 400,- naar ƒ 1.125,- bruto. In 2001 wordt deze minimale uitkering eenmalig opgehoogd met ƒ 50,- naar ƒ 1.175,-
Vanaf 2002 bedraagt de eindejaarsuitkering 1,75% met een minimaal bedrag van € 511,-.
Met ingang van 1 februari 2002 worden de schaalbedragen verhoogd met 3 %.
Met ingang van 1 oktober 2002 worden de schaalbedragen verhoogd met 0,5 %.
Vanaf 2002 wordt de eindejaarsuitkering structureel met 1 procentpunt verhoogd naar 2,75 %. Tevens wordt vanaf 2002 het minimale bedrag verhoogd van € 511,- naar € 611,- bruto. Vanaf 2002 is de grondslag van de eindejaarsuitkering het jaarsalaris.
Met ingang van 1 april 2003 worden de schaalbedragen verhoogd met 2 %.
Vanaf 2003 wordt de eindejaarsuitkering structureel met 0,25 procentpunt verhoogd naar 3 %. Tevens wordt vanaf 2003 het minimale bedrag verhoogd van € 611,- naar € 836,- bruto.
Degenen die op 1 oktober 2003 in dienst zijn van de gemeente krijgen in die maand een eenmalige uitkering van € 200,- bruto bij een volledige betrekking. Bij een deeltijdbetrekking wordt dit bedrag naar rato vastgesteld. De uitkering werkt niet door naar de pensioenen en de uitkeringen in verband met ontslag en werkloosheid, zowel wat betreft opbouw als indexatie.
Met ingang van 1 juni 2005 worden de schaalbedragen verhoogd met 1 %.
Met ingang van 1 februari 2006 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,6 %.
Met ingang van 1 februari 2007 worden de schaalbedragen verhoogd met 0,8%.
Met ingang van 1 juni 2007 worden de schaalbedragen verhoogd met 2,2%. In 2007 wordt de eindejaarsuitkering structureel verhoogd met 0,5 procentpunt. Dit resulteert in een eindejaarsuitkering van 3,5%. De bodem van de eindejaarsuitkering wordt niet verhoogd en blijft € 836,-.
Met ingang van 1 juni 2008 worden de schaalbedragen verhoogd met 2,2%. In 2008 wordt de eindejaarsuitkering structureel verhoogd met 1,5 procentpunt. Dit resulteert in een eindejaarsuitkering van 5%. De bodem van de eindejaarsuitkering wordt niet verhoogd en blijft € 836,-.
In 2010 wordt de eindejaarsuitkering structureel verhoogd met 0,5 procentpunt. Dit resulteert in een eindejaarsuitkering van 5,5%. De bodem in de eindejaarsuitkering wordt verhoogd van € 836, - naar € 1.750, -. Degenen die (een deel van) de maand april 2010 in dienst zijn van de gemeente ontvangen een eenmalige uitkering van 1% en een eenmalige uitkering van 0,5%. Beide eenmalige uitkeringen worden berekend over het salaris dat de medewerker ontvangen heeft in de maand april 2010 vermenigvuldigd met de factor 12. Voor medewerkers met een deeltijdbetrekking worden de twee eenmalige uitkeringen vastgesteld naar rato van de betrekkingsomvang. De eenmalige uitkeringen zijn pensioengevend en hebben geen invloed op de hoogte van bovenwettelijke uitkeringen in verband met ontslag en werkloosheid (uitkeringen op grond van hoofdstuk 9, 9a, 9b, 9c, 10, 10a, 10d, 11 en 11a van de CAR).
Met ingang van 1 januari 2011 worden de schaalbedragen verhoogd met 0,5% en wordt de eindejaarsuitkering structureel verhoogd met 0,5 procentpunt. Dit resulteert in een eindejaarsuitkering van 6,0%. De bodem van de eindejaarsuitkering wordt niet verhoogd en blijft € 1.750, -.
Salaristabellen
Deze bijlage bevat de schaalindeling, als onderdeel van de bezoldigingsregeling, bedoeld in artikel 3:1, eerste lid.
Salaristabel gemeente ambtenaren per 1 januari 2011, oude structuur (bijlage II)
Salaristabel gemeente ambtenaren per 1 januari 2011, nieuwe structuur (bijlage IIa)
Salaristabel gemeente ambtenaren per 1 januari 2011 oude structuur (bijlage II)
Nr. | Salaris 1-6-2008 | Salaris 1-1-2011 | Schaal |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| A | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 |
A1 | 1351 | 1357 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
A2 | 1400 | 1407 | 1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1 | 1451 | 1458 | 2 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 | 1482 | 1490 |
|
| 0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3 | 1515 | 1522 | 3 | 1 |
| 0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
4 | 1548 | 1556 |
|
| 1 | 1 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5 | 1579 | 1587 | 4 | 2 |
|
| 1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
6 | 1609 | 1617 |
|
| 2 | 2 |
| 0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
6a | 1621 | 1629 | 5 | 3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
7 | 1643 | 1651 |
| 6 |
|
| 2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
8 | 1679 | 1687 |
| 8 | 3 | 3 |
| 1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
9 | 1724 | 1733 |
|
| 4 |
| 3 |
| 0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
9a | 1733 | 1741 |
| 10 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
10 | 1777 | 1786 |
|
| 7 | 4 |
| 2 | 1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
11 | 1840 | 1849 |
|
| 9 | 5 | 4 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
12 | 1901 | 1911 |
|
|
| 6 | 5 | 3 | 2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
12a | 1911 | 1921 |
|
| 11 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
13 | 1960 | 1970 |
|
|
| 9 | 6 | 4 |
| 0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
14 | 2019 | 2029 |
|
|
| 11 | 7 | 5 | 3 | 1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
15 | 2075 | 2085 |
|
|
|
| 10 | 6 | 4 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
15a | 2085 | 2096 |
|
|
| 13 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
16 | 2132 | 2143 |
|
|
|
| 12 | 7 | 5 | 2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
17 | 2187 | 2198 |
|
|
|
|
| 8 | 6 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
17a | 2202 | 2213 |
|
|
|
| 14 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
18 | 2242 | 2253 |
|
|
|
|
| 11 | 7 | 3 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
19 | 2300 | 2312 |
|
|
|
|
|
| 8 | 4 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
19a | 2320 | 2331 |
|
|
|
|
| 13 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
20 | 2356 | 2368 |
|
|
|
|
|
| 9 | 5 | 1 |
| 0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
21 | 2410 | 2422 |
|
|
|
|
|
|
| 6 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
21a | 2438 | 2450 |
|
|
|
|
|
| 10 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
22 | 2468 | 2480 |
|
|
|
|
|
|
| 7 | 2 | 0 | 1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
23 | 2527 | 2540 |
|
|
|
|
|
|
| 8 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
24 | 2589 | 2601 |
|
|
|
|
|
|
| 9 | 3 | 1 | 2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
25 | 2658 | 2672 |
|
|
|
|
|
|
|
| 4 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
25a | 2672 | 2685 |
|
|
|
|
|
|
| 10 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
26 | 2722 | 2736 |
|
|
|
|
|
|
|
| 5 | 2 | 3 |
|
|
|
|
|
|
|
|
27 | 2778 | 2791 |
|
|
|
|
|
|
|
| 6 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
28 | 2838 | 2852 |
|
|
|
|
|
|
|
| 7 | 3 | 4 |
|
|
|
|
|
|
|
|
29 | 2900 | 2914 |
|
|
|
|
|
|
|
| 8 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
30 | 2958 | 2972 |
|
|
|
|
|
|
|
| 9 | 4 | 5 |
|
|
|
|
|
|
|
|
31 | 3011 | 3026 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
31a | 3027 | 3042 |
|
|
|
|
|
|
|
| 10 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
32 | 3064 | 3080 |
|
|
|
|
|
|
|
|
| 5 | 6 |
|
|
|
|
|
|
|
|
34 | 3173 | 3189 |
|
|
|
|
|
|
|
|
| 6 | 7 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
36 | 3294 | 3310 |
|
|
|
|
|
|
|
|
| 7 | 8 | 1 |
|
|
|
|
|
|
|
38 | 3401 | 3418 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 9 | 2 |
|
|
|
|
|
|
|
38a | 3418 | 3436 |
|
|
|
|
|
|
|
|
| 8 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
40 | 3508 | 3526 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 10 | 3 |
|
|
|
|
|
|
|
42 | 3615 | 3633 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 11 | 4 |
|
|
|
|
|
|
|
44 | 3736 | 3754 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 5 |
|
|
|
|
|
|
|
44a | 3800 | 3819 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 12 |
|
|
|
|
|
|
|
|
46 | 3854 | 3873 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 6 | 0 |
|
|
|
|
|
|
48 | 3966 | 3986 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 7 | 1 |
|
|
|
|
|
|
50 | 4078 | 4099 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 8 | 2 |
|
|
|
|
|
|
52 | 4191 | 4211 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 9 | 3 |
|
|
|
|
|
|
54 | 4299 | 4320 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 10 | 4 |
|
|
|
|
|
|
55 | 4357 | 4379 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
55a | 4378 | 4400 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 11 |
|
|
|
|
|
|
|
56 | 4413 | 4435 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 5 | 0 |
|
|
|
|
|
58 | 4525 | 4548 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 6 | 1 |
|
|
|
|
|
60 | 4633 | 4657 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 7 | 2 | 0 |
|
|
|
|
62 | 4746 | 4770 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 8 | 3 | 1 |
|
|
|
|
64 | 4887 | 4911 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 9 | 4 | 2 |
|
|
|
|
65 | 4956 | 4980 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
65a | 4980 | 5005 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 10 |
|
|
|
|
|
|
66 | 5026 | 5051 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 5 | 3 | 0 |
|
|
|
68 | 5167 | 5193 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 6 | 4 | 1 |
|
|
|
70 | 5308 | 5335 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 7 | 5 | 2 |
|
|
|
71 | 5376 | 5402 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
71a | 5403 | 5430 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 8 |
|
|
|
|
|
72 | 5448 | 5476 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 6 | 3 | 0 |
|
|
74 | 5597 | 5625 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 7 | 4 | 1 |
|
|
76 | 5749 | 5778 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 8 | 5 | 2 |
|
|
78 | 5906 | 5936 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 6 | 3 | 0 |
|
78a | 5941 | 5970 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 9 |
|
|
|
|
80 | 6094 | 6125 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 7 | 4 | 1 |
|
82 | 6289 | 6320 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 8 | 5 | 2 |
|
84 | 6489 | 6522 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 6 | 3 | 0 |
84a | 6524 | 6557 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 9 |
|
|
|
86 | 6696 | 6730 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 7 | 4 | 1 |
88 | 6910 | 6944 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 8 | 5 | 2 |
90 | 7131 | 7166 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 6 | 3 |
90a | 7167 | 7203 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 9 |
|
|
92 | 7358 | 7395 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 7 | 4 |
94 | 7593 | 7631 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 8 | 5 |
96 | 7836 | 7875 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 6 |
96a | 7875 | 7914 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 9 |
|
98 | 8086 | 8127 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 7 |
100 | 8345 | 8387 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 8 |
102 | 8612 | 8655 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
102a | 8654 | 8697 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 9 |
Salaristabel gemeente ambtenaren per 1 januari 2011, nieuwe structuur (bijlage IIa)
periodiek | Schaal |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 |
0 | 1357 | 1390 | 1426 | 1468 | 1512 | 1616 | 1819 | 2089 | 2324 | 2510 |
1 | 1390 | 1438 | 1487 | 1536 | 1587 | 1692 | 1898 | 2176 | 2425 | 2629 |
2 | 1425 | 1487 | 1548 | 1604 | 1661 | 1768 | 1977 | 2262 | 2526 | 2748 |
| 1460 | 1535 | 1609 | 1671 | 1736 | 1844 | 2055 | 2349 | 2627 | 2867 |
4 | 1495 | 1583 | 1670 | 1739 | 1810 | 1920 | 2134 | 2435 | 2728 | 2986 |
5 | 1530 | 1631 | 1731 | 1807 | 1884 | 1995 | 2213 | 2522 | 2829 | 3105 |
6 | 1566 | 1679 | 1792 | 1874 | 1959 | 2071 | 2292 | 2609 | 2930 | 3224 |
7 | 1601 | 1727 | 1852 | 1942 | 2033 | 2147 | 2370 | 2696 | 3031 | 3343 |
8 | 1636 | 1776 | 1913 | 2010 | 2108 | 2223 | 2449 | 2782 | 3132 | 3463 |
9 | 1671 | 1824 | 1974 | 2077 | 2182 | 2299 | 2528 | 2869 | 3233 | 3582 |
10 | 1706 | 1872 | 2035 | 2145 | 2256 | 2374 | 2607 | 2956 | 3335 | 3700 |
11 | 1741 | 1921 | 2096 | 2213 | 2331 | 2450 | 2685 | 3042 | 3436 | 3819 |
periodiek | Schaal |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 10A | 11 | 11A | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 |
0 | 2772 | 3016 | 3325 | 3634 | 4063 | 4319 | 4648 | 4980 | 5516 | 6119 |
1 | 2894 | 3143 | 3452 | 3761 | 4187 | 4469 | 4821 | 5182 | 5734 | 6354 |
2 | 3016 | 3270 | 3579 | 3886 | 4311 | 4619 | 4995 | 5384 | 5952 | 6588 |
3 | 3138 | 3397 | 3705 | 4010 | 4435 | 4769 | 5168 | 5587 | 6170 | 6823 |
4 | 3260 | 3523 | 3831 | 4135 | 4560 | 4919 | 5342 | 5789 | 6388 | 7057 |
5 | 3382 | 3650 | 3956 | 4259 | 4684 | 5070 | 5515 | 5991 | 6606 | 7291 |
6 | 3504 | 3778 | 4080 | 4383 | 4808 | 5220 | 5689 | 6193 | 6824 | 7525 |
7 | 3626 | 3903 | 4204 | 4507 | 4933 | 5370 | 5863 | 6395 | 7042 | 7760 |
8 | 3748 | 4027 | 4329 | 4632 | 5057 | 5520 | 6036 | 6597 | 7260 | 7994 |
9 | 3869 | 4151 | 4453 | 4756 | 5181 | 5670 | 6209 | 6799 | 7478 | 8229 |
10 | 3989 | 4276 | 4577 | 4880 | 5305 | 5820 | 6383 | 7001 | 7696 | 8463 |
11 | 4109 | 4400 | 4701 | 5005 | 5430 | 5970 | 6557 | 7203 | 7914 | 8697 |
Er is een IMB.
Het IMB heeft tot taak:
Het registreren van de ambtenaar die voor re-integratie in aanmerking komt én van de ambtenaar die zich vrijwillig wil inschrijven.
Het registreren van (toekomstige) vacatures.
Het bemiddelen van een ingeschreven ambtenaar naar vacatures in en buiten de gemeentelijke organisatie.
Het bemiddelen van een te re-integreren ambtenaar naar tijdelijke functies/klussen.
Het bemiddelen van een ambtenaar die onder zijn functioneel schaalniveau is herplaatst, met als doel hem tewerk te stellen in een functie op zijn eigen schaalniveau.
Het coördineren van (om-)scholingsactiviteiten van de te re-integreren ambtenaar.
Het samenstellen en verstrekken van besturingsinformatie betreffende het functioneren van het re-integratie- en mobiliteitbeleid.
De registratie bij het IMB
De leidinggevende van het 1e echelon meldt de ambtenaar aan bij het IMB.
Het IMB registreert de gegevens van de ambtenaar met betrekking tot zijn opleidings- en arbeidsverleden en zorgt ervoor dat een belangstellingsprofiel en een potentieelbeoordeling door een ter zake kundige NIP-psycholoog wordt opgesteld.
De ambtenaar is gehouden de resultaten van het onderzoek genoemd onder lid b. van dit artikel ter inzage te geven aan het IMB.
De resultaten van de gegevens genoemd bij lid b. van dit artikel vormen de basis voor het zoeken naar een in- of externe passende c.q. geschikte functie voor de ambtenaar.
De ambtenaar, de direct betrokken leidinggevende en de ambtelijke ondersteuner ontvangen een afschrift van de geregistreerde gegevens in het IMB.
De status van een ambtenaar ingeschreven bij het IMB bij de invulling van vacatures
De te re-integreren ambtenaar wordt door het IMB altijd voorgedragen bij de selectiecommissie, voordat de vacature wordt opengesteld voor werving.
Deze commissie dient een beoordeling te maken van de potentiële geschiktheid van de ambtenaar voor de vacante functie. Hierbij blijft steeds de kwaliteit en de kwantiteit van de bezetting van de vacature voorop staan. Ze dient te beoordelen of de ambtenaar geschikt, dan wel binnen een periode van 2 jaren geschikt is te maken, voor de vacante functie.
De ambtenaar die staat ingeschreven bij het IMB als resultaat van het vastgestelde Persoonlijk Ontwikkeling Plan (P.O.P.) wordt door het IMB bemiddeld als zijnde een te re-integreren ambtenaar, met prioriteit 4.
De vrijwillig ingeschreven ambtenaar wordt door het IMB geattendeerd op mogelijke vacatures die voor hem/haar van belang kunnen zijn. De vrijwilliger dient zelf zijn kandidatuur te stellen.
Procedure melding structurele en tijdelijke vacatures
Alle vacatures worden aangemeld bij het IMB. Gelijktijdig moet het IMB beschikken over een actuele functiebeschrijving.
De leidinggevende van het 1e echelon doet een voorstel tot (gelijktijdige) interne en/of externe werving en legt dit ter goedkeuring voor aan het hoofd van dienst.
Het hoofd van dienst verstrekt het IMB opdracht om binnen vijf werkdagen aan de vragende leidinggevenden van het 1e echelon verslag uit te brengen of er re-integratiekandidaten in portefeuille zijn voor wie de vacature passend of geschikt is en welke prioriteit de kandidaat heeft.
Elk organisatieonderdeel dient de re-integratiekandidaat die door het IMB wordt aangeboden serieus in beschouwing te nemen en uit te nodigen voor een oriënterend gesprek. De kandidaten met de hoogste prioriteit hebben absolute voorrang en worden het eerst uitgenodigd.
De beslissing over het al dan niet accepteren van een kandidaat blijft voorbehouden aan de leidinggevende van het 1e echelon. Bij onenigheid neemt het hoofd van dienst, gehoord alle partijen, een besluit. Als algemeen uitgangspunt geldt dat de voorzitter van de selectiecommissie namens de werkgever de reden van afwijzing op schrift meedeelt aan de re-integratiekandidaat.
Een gesprek met een re-integratiekandidaat met een lagere prioriteit is pas toegestaan nadat de procedure genoemd onder punt d. en e is afgerond.
Er mag geen publicatie van vacatures plaatsvinden (intern noch extern), dan nadat het hoofd van dienst heeft besloten dat het IMB geen geschikte re-integratiekandidaat in portefeuille heeft.
De bevoegdheden van het IMB.
Het IMB is belast met het bewaken van het gemeentelijke belang met betrekking tot de re-integratieproblematiek. Het gemeentelijke belang vergt dat het re-integratieonderzoek zorgvuldig en gemeentebreed wordt uitgevoerd. Indien dit belang naar de mening van het IMB in onvoldoende mate wordt behartigd door leidinggevenden van het 1e echelon heeft het IMB de bevoegdheid het geval ter beslissing voor te leggen aan het college.
Bij een vacaturemelding is het IMB bevoegd re-integratiekandidaten voor te dragen die, naar zijn mening, gelet op de potentieelbeoordeling en de belangstellingsregistratie, geschikt zijn voor deze functie of dat ze dit zullen worden binnen een termijn van twee jaren.
het IMB moet schriftelijk aan het hoofd van dienst adviseren of een vacature kan worden vrij gegeven voor in- en/of externe werving.
De benoeming van de beheerder van het IMB en dienst plaatsvervanger Er is een beheerder en een plaatsvervanger.
Het beschikbare budget van het IMB.
De financiële ruimte die nodig is voor eventuele her-, om- of bijscholing moet in principe worden gezocht binnen de decentrale gelden voor opleiding, vorming en training. Voor de noodzakelijk te maken kosten voor de psychologische onderzoeken is decentraal geen bud-gettaire ruimte aanwezig. Op concernniveau is eveneens een beperkt budget hiervoor aanwezig. Dit budget is echter geraamd op basis van de te verwachten psychologische onderzoeken t.b.v. sollicitanten. Er is geen rekening gehouden met onderzoeken t.b.v. re-integratietrajecten. Bij dreigende budgetoverschrijding, zal op concernniveau een oplossing worden aangereikt om het budget te verhogen.
De salariskosten verbonden aan de re-integratie van een individuele ambtenaar komen volledig ten laste van het genormeerde personele budget van het organisatieonderdeel waarvan betrokkene afkomstig is. Dit geldt ook voor een ambtenaar, die niet in een betrekking met een gelijke functieschaal herplaatst kan worden, maar in een functie met een lager schaalniveau.
Alleen als er sprake is van een structurele re-integratie neemt het organisatieonderdeel waar de nieuwe plaatsing gebeurt de salarislasten volledig over.
Bij tijdelijke plaatsingen kunnen maatwerkafspraken worden gemaakt over de salariskosten tussen de leidinggevenden van het 1e echelon.
Voor een ambtenaar met prioriteit 1 (zie schema op pagina 7) wordt gedurende maximaal 2 jaren een financiële concerncompensatie toegekend van de loonkosten van de ambtenaar.
Besturingsinformatie Het IMB zal jaarlijks per organisatieonderdeel de volgende informatie verstrekken;
Het aantal te re-integreren en vrijwillig ingeschreven ambtenaren en het aantal WW’ers dat is ingeschreven in het IMB, uitgesplitst naar categorie van inschrijving;
Het aantal door UWV afgeschatte en te re-integreren ambtenaren;
Het aantal gemelde vacatures en de geconstateerde afwijkingen van het beleid;
Het aantal gerealiseerde re-integratietrajecten van in het IMB ingeschreven ambtenaren;
Een verslag over de uitvoering van het re-integratiebeleid.
Direct naar:
Algemene vragen of suggesties?
Gezochte informatie niet gevonden?
Laat het ons weten via gemeente@landgraaf.nl.
Lees onze berichtjes op