Natuurmonumenten treft sinds mei 2020 voorbereidingen voor dunning in natuurgebied Strijthagen. Dunning is een normale vorm van bosbeheer. De bomen worden allereerst voorzien van gekleurde stippen. In oktober/november vindt dan de dunning plaats. Dit zorgt voor meer licht en ruimte in het veel bezochte bos én biedt zogenaamde toekomstbomen voldoende licht en ruimte. Deze exemplaren kunnen dan uitgroeien tot dikke, volwaardige bomen.

Er staan er veel jonge bomen in het bos. Die beconcurreren elkaar tijdens de groei. In relatief korte tijd groeien ze in een race naar het licht allemaal op tot dunne, hoge bomen. Ze krijgen dan geen kans om uit te groeien tot dikkere, stabiele exemplaren. Door te dunnen krijgen de bomen die overblijven meer ruimte en dus diktegroei. Daarmee stijgt ook de kwaliteit van de natuur in het bos. Er ontstaan zo veel meer gevarieerde soorten planten- en dierenleven. Natuurmonumenten werkt graag voor nu en later aan een veilig en stabiel bos met een veel rijkere natuur.

Toekomstbomen

Eens in de 6 tot 10 jaar voert Natuurmonumenten vanuit goed doordachte en afgesproken plannen het beheer in hun bospercelen uit. Het dunnen van bospercelen met te veel bomen van gelijke soort, dikte en leeftijd is daar een onderdeel van. Bij het dunnen selecteren ze eerst de zogenaamde toekomstbomen. Dat zijn de exemplaren die ze graag in het bos willen behouden. Deze bomen zijn vrijgesteld van kap en gaan dus daarmee veel meer licht en ruimte voor een duurzamere groei ter beschikking krijgen. Ze groeien uit tot dikkere en robuustere bomen en worden daarmee de belangrijke elementen van een gezond, veilig en gevarieerd bos.

Het geheim van stippen

In mei worden de bomen gemarkeerd met gekleurde verfstippen. Vanwege de afgesproken kleur in de stip weten de bosarbeiders bij hun werkzaamheden in dit najaar welke bomen ze moeten laten staan en welke exemplaren gezaagd moeten worden. Dat zagen gebeurt met machines die zich door het bos verplaatsen. Om onnodige schades te voorkomen, worden duidelijk vaste aan- en afvoerroutes door het bos gemaakt. Het zogenaamde rondhout wordt uit het bos gereden, takhout blijft achter in het bos. Het takhout dat achterblijft, biedt onderkomen voor vogels en kleine zoogdieren, en biedt kansen voor insecten en schimmels. Met deze aanpak van bosbeheer creëert Natuurmonumenten een bron voor leven in dit prachtige bos.

Heeft u gevonden wat u zocht?