Raadsleden blikken terug op inwerkprogramma
Het inwerkprogramma van de gemeenteraad, met vijf thema-avonden op verschillende plekken in Landgraaf, is afgerond. Raadsleden maakten de afgelopen periode kennis met hun rol, de organisatie en belangrijke onderwerpen. Bjorn Wetzels (OPL/EENLandgraaf), Matheu Bemelmans (CDA) en Lizette de Waal-Gramer (PVV) vertellen wat dit programma hen heeft gebracht en welke inzichten zij opdeden.

Wat neemt u mee uit het inwerkprogramma?
Matheu Bemelmans: “Dat het raadswerk echt veelomvattend is. Er komt veel leeswerk bij kijken. Als je je werk als raadslid goed wil doen, dan gaat er behoorlijk wat tijd in zitten. Je denkt vooraf dat je weet wat er speelt, maar pas als je erin zit, merk je dat er nog veel bij te leren is.
Ik heb in korte tijd enorm veel nieuwe informatie over verschillende thema’s gekregen. Ook heb ik de nodige nieuwe afkortingen voorbij zien komen. Eigenlijk had het programma van mij nog wel langer mogen duren. Veel van wat wij leren, is namelijk ook interessant voor inwoners. Ik vind het als raadslid belangrijk om mijn achterban daarin mee te nemen. Dat doe ik onder andere via mijn sociale media.”
Lizette de Waal-Gramer: “Hoe waardevol het is om direct uitleg te krijgen van professionals uit het veld. Bij de thema-avond over veiligheid waren bijvoorbeeld handhavers en politie aanwezig. Bij de avond over het sociaal domein gaven betrokken ambtenaren uitleg. Door hen persoonlijk te spreken krijg je niet alleen informatie, maar ook context en gevoel bij het werk. De visuele uitleg met cijfers en tabellen maakte de onderwerpen veel begrijpelijker.
Tijdens de avond over het sociaal domein moesten we zelf met briefjes aangeven wat volgens ons door het Rijk of door de gemeente wordt geregeld. Daarna kregen we de juiste uitleg. Toen werd in één oogopslag duidelijk werd waar de gemeente nog iets kan doen en wat landelijk vaststaat. Dat werkte verhelderend.”
Bjorn Wetzels: “Ik vond het inwerkprogramma heel erg leerzaam. Tijdens de thema-avonden heb ik over verschillende onderwerpen bijgeleerd. Ik heb ook gezien hoe complex sommige zaken in elkaar zitten. Voorheen keek ik enkel met de ogen van een inwoner. Als normale burger denk je daar toch vaak wat lichtzinniger over. Als het gaat over de jeugdzorg denk je als burger toch vaak: waarom kan dit of dat niet? Nu heb ik gemerkt dat de landelijke overheid veel bepaalt.”
Wat heeft u het meest verrast?
Lizette de Waal-Gramer: “Hoewel ik al twee jaar commissielid was, zag ik nu pas echt hoe omvangrijk het sociaal domein is. Je weet het natuurlijk wel. Maar op het moment dat iemand jou een dia voorhoudt met diagrammen waarin elk aspect een andere kleur heeft, dan wordt het één oogopslag duidelijk.”
Bjorn Wetzels: “Hoeveel informatie en inzichten je krijgt in korte tijd. Ik merkte meteen hoe groot en afwisselend het raadswerk is. Je bent met veel verschillende onderwerpen tegelijk bezig. Gelukkig krijgen we tijdens andere bijeenkomsten ook nog extra uitleg. Zo hadden we onlangs een raadsinformatieavond over de kadernota.”
Matheu Bemelmans: "Dat er zo veel gemeenschappelijke regelingen zijn. Via die regelingen organiseren overheidsinstellingen bepaalde taken gezamenlijk. Ik was verrast dat je daar als gemeenteraad zo weinig invloed op hebt. Ik snap dat de regelingen er zijn, maar er is meer gedelegeerd dan ik van tevoren dacht.”
Waar kijkt u het meest naar uit in het raadswerk?
Bjorn Wetzels: "“Ik ga me vooral bezighouden met de thema’s openbare ruimte en transport. Vandaar dat ik ook
plaatsneem in de commissie Ruimtelijke Ontwikkeling en Economie. Ik heb me verkiesbaar gesteld omdat ik
graag iets voor de gemeente wil betekenen. Ik kijk er dan ook het meest naar uit om samen met onze partij
klaar te staan voor Landgraaf en voor de inwoners.”
Matheu Bemelmans: “Dat je mee kunt praten en mee kunt besluiten over dingen waar de inwoners uiteindelijk profijt van hebben. Ik kijk ernaar uit om iets voor de inwoners van Landgraaf te kunnen doen. Niet heel concreet voor Jantje of Pietje, maar in het algemeen.”
Lizette de Waal-Gramer: “Mijn portefeuilles zijn zorg, jeugd en Wmo. Ik kijk ernaar uit om daarmee aan de slag te gaan. Het zijn onderwerpen waar de komende jaren flink bezuinigd moet worden. Ik weet uit eigen ervaring hoe het is om zorg nodig te hebben en om een beroep te moeten doen op de Wmo.
Vier jaar geleden is mijn oudste zoon Angelo overleden. We hebben zestien jaar lang voor hem gezorgd. In die periode deden we ook een beroep op de Wmo, bijvoorbeeld voor woningaanpassingen en hulpmiddelen. Dat maakt dat het Wmo-deel voor mij heel herkenbaar is. Wat ik heb meegemaakt, geeft mij veel inzicht in wat er in een gezinssituatie allemaal speelt wanneer er zorg nodig is.
Ik ondersteun met de casus van mijn zoon ook samen met het hoofd geestelijke zorg ongeveer twee keer per jaar bij scholingen palliatieve zorg aan verpleegkundigen. Daarmee laten we onder andere zien dat er achter bijna elke patiënt een netwerk zit. Denk aan een gezin, familie en andere mensen voor wie de situatie grote gevolgen heeft. Er hangt veel meer aan vast dan je in het ziekenhuisbed ziet. Dat inzicht neem ik mee in mijn raadswerk. Ik kan me goed verplaatsen in mensen die afhankelijk zijn van zorg en ondersteuning.
Ik weet dat er de komende jaren minder geld beschikbaar is. Aan bezuinigingen ontkomen we niet. Maar we moeten de zorg wel omvormen. We moeten blijven zoeken naar oplossingen die voor mensen zo goed mogelijk uitpakken. Daar wil ik me graag voor inzetten. Dat is ook een belofte die ik aan mijn zoon heb gedaan.”